Een trauma betekent dat je bent blootgesteld aan één of meerdere schokkende gebeurtenissen. Volgens de GGZ-richtlijnen gaat het daarbij om situaties waarbij sprake was van feitelijke of dreigende dood, ernstige verwonding of seksueel geweld. Je kunt dit zelf hebben meegemaakt, getuige zijn geweest, of het kan iemand in je naaste omgeving zijn overkomen.
Ook in het werk — bijvoorbeeld bij politie, brandweer of ambulance — kun je herhaaldelijk of intensief in aanraking komen met ingrijpende situaties. Dit kan eveneens leiden tot traumagerelateerde klachten.
Voorbeelden van schokkende gebeurtenissen zijn:
Na zo’n gebeurtenis ervaart bijna iedereen tijdelijk stressklachten. Dit is een normale reactie en meestal lukt het om deze klachten, met steun uit de omgeving, in de weken daarna te verwerken. Soms gebeurt dat niet. De klachten nemen dan niet af maar beïnvloeden steeds meer je dagelijks leven. In dat geval kan er sprake zijn van PTSS.
Veel voorkomende klachten zijn:
Gevoelens van schaamte, schuld, of zelfverwijt komen veel voor en kunnen een sombere of angstige stemming versterken.
Daarnaast kunnen gedachten en overtuigingen veranderen, zoals:
Wanneer deze klachten langer dan één maand aanhouden, kan een diagnose PTSS worden gesteld en is gespecialiseerde traumabehandeling vaak helpend.